ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5759
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering overlijdensuitkering WAO wegens onjuiste maatstaf gezamenlijke huishouding
Eiseres diende een aanvraag in voor een overlijdensuitkering op grond van de WAO na het overlijden van haar echtgenoot, die sinds 2000 een WAO-uitkering ontving. Verweerder, het UWV, wees deze aanvraag af omdat eiseres volgens hen niet als langstlevende echtgenoot kon worden aangemerkt, omdat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding.
Eiseres stelde in beroep dat verweerder ten onrechte het criterium van gezamenlijke huishouding hanteerde, terwijl volgens de WAO en de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld moet worden of sprake is van duurzaam gescheiden leven. De rechtbank oordeelde dat verweerder een onjuiste maatstaf heeft aangelegd en onvoldoende heeft onderzocht of eiseres duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot.
De rechtbank stelde vast dat het enkele feit dat eiseres en haar echtgenoot niet steeds feitelijk samenwoonden niet voldoende is om te concluderen dat sprake was van duurzaam gescheiden leven. Er was onvoldoende bewijs van een gewilde en bestendige verbreking van de echtelijke samenleving.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het door eiseres betaalde griffierecht vergoed.
De rechtbank oordeelde verder dat de hoorplicht niet was geschonden, omdat er voldoende telefonische contacten en overleg met de gemachtigde van eiseres hadden plaatsgevonden.
Uitkomst: Het bestreden besluit van verweerder wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.