ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5810
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Overlevering toelaatbaar verklaard voor illegale handel in verdovende middelen
De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 augustus 2011 een verzoek tot overlevering van een Hongaarse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Hajdú-Bihar County Court te Debrecen, Hongarije. De verdachte werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, waarvoor gevangenisstraffen waren opgelegd.
De verdediging voerde aan dat onduidelijk was wanneer het feit had plaatsgevonden en aan wie de middelen waren geleverd, en stelde dat het gebruik van cannabis door de verdachte niet apart vervolgd mocht worden. De officier van justitie stelde echter dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen en dat het roken van cannabis niet als apart feit gold, maar slechts de omstandigheden schetste.
De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging en stelde vast dat de overlevering toelaatbaar was omdat het EAB voldeed aan de vereisten van de Overleveringswet, waaronder de toetsing van dubbele strafbaarheid niet nodig was voor het lijstfeit illegale handel in verdovende middelen. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan voor de tenuitvoerlegging van de resterende gevangenisstraffen in Hongarije.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de overlevering van de verdachte toelaatbaar voor de tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen in Hongarije.