ECLI:NL:RBAMS:2011:BR6203
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring bestuursrechter bij beroep tegen niet tijdig beslissen over dwangsom na verkeersboete
Eiser kreeg een sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden. Na bezwaar verklaarde verweerder het administratief beroep niet-ontvankelijk en restitueerde het boetebedrag. Eiser vorderde vervolgens vergoeding van proceskosten en wettelijke rente, waarop verweerder niet tijdig besliste. Eiser stelde verweerder meerdere malen in gebreke en verzocht om betaling van verbeurde dwangsommen.
Eiser stelde daarop beroep in bij de bestuursrechter wegens het uitblijven van een beslissing. De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 8:5 Awb Pro en de bijbehorende bijlage besluiten op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) niet vatbaar zijn voor beroep bij de bestuursrechter. Omdat het onderliggende besluit over de proceskostenvergoeding onder de WAHV valt en de kantonrechter exclusief bevoegd is, verklaarde de bestuursrechter zich onbevoegd.
De rechtbank wees tevens op het belang van proceseconomie en verwees het beroep door naar de kantonrechter. Daarnaast werd een deel van het te veel betaalde griffierecht aan eiser gerestitueerd. De uitspraak werd openbaar gedaan op 3 augustus 2011 door rechter A.D. Belcheva.
Uitkomst: De bestuursrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst het beroep door naar de kantonrechter.