ECLI:NL:RBAMS:2011:BR7003
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot executieoverlevering op basis van Europees aanhoudingsbevel ondanks bezwaren verdediging
De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 augustus 2011 het verzoek tot executieoverlevering van een persoon aan Hongarije op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd in verband met een vrijheidsstraf van één jaar en twee maanden. De verdediging voerde aan dat het EAB niet voldeed aan de vereisten van het nieuwe Kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie, waardoor de stukken onvoldoende zouden zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de vorm van het formulier niet doorslaggevend is zolang het EAB voldoende informatie bevat om het verzoek te beoordelen.
De rechtbank stelde vast dat de feiten waarvoor overlevering werd gevraagd, namelijk mishandeling en vernieling, zowel onder het Hongaarse als het Nederlandse recht strafbaar zijn en voldeden aan de vereisten van dubbele strafbaarheid. De verdediging betwistte ook de verzetsgarantie, maar de rechtbank vond de door Hongarije gegeven garantie voldoende en erkende een kennelijke verschrijving in de datum van de brief.
De opgeëiste persoon ontkende schuld, maar de rechtbank vond dat de overgelegde stukken onvoldoende bewijs voor onschuld bevatten. Gezien de voldoening aan alle wettelijke eisen, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Hongarije toe voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf.