ECLI:NL:RBAMS:2011:BR7010
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot executieoverlevering naar Polen ondanks detentieomstandigheden
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot executieoverlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel. De verdachte werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen en medeplegen van mishandeling, waarvoor vrijheidsstraffen waren opgelegd in Polen.
De verdediging voerde verweer op grond van artikel 11 van Pro de Overleveringswet, stellende dat de detentieomstandigheden in Polen onmenselijk zijn en een schending van artikel 3 EVRM Pro opleveren. Zij baseerden zich onder meer op een rapport van de Council of Europe over overbevolking en slechte omstandigheden in Poolse gevangenissen.
De rechtbank oordeelde echter dat het aangevoerde rapport onvoldoende concreet bewijs bevat dat de verdachte een reëel risico loopt op een flagrante schending van mensenrechten na overlevering. De situatie was volgens de rechtbank niet verslechterd ten opzichte van eerdere uitspraken, en het risico op onmenselijke behandeling werd als te gering beoordeeld.
Daarom werd het verweer verworpen en de overlevering toegestaan. Tevens werd een subsidiair verzoek om nader onderzoek naar detentieomstandigheden in de regio van de geboorteplaats van de verdachte afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen.
De uitspraak is definitief en staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe ondanks bezwaren over detentieomstandigheden.