ECLI:NL:RBAMS:2011:BS8948
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding kosten raadsman wegens eerdere toevoeging
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van de kosten van zijn raadsman op grond van artikel 591a Wetboek van Strafvordering, nadat hij op 2 maart 2011 door de rechtbank was vrijgesproken. De rechtbank heeft het verzoek behandeld in raadkamer, waarbij verzoeker niet is verschenen, maar zijn raadsman wel is gehoord.
De kern van het geschil betreft de vraag of verzoeker aanspraak kan maken op vergoeding van kosten van een raadsman, terwijl eerder een toevoeging was afgegeven aan een andere advocaat die verzoeker in de piketfase bijstond. De rechtbank overweegt dat de wetgever aan de verdachte de keuze heeft gelaten tussen rechtsbijstand op toevoeging of op commerciële basis, maar dat deze keuze helder en tijdig moet worden gemaakt. Indien eenmaal gebruik wordt gemaakt van een toevoeging, geldt deze voor de gehele instantie, tenzij de toevoeging wordt ingetrokken of gewijzigd.
In deze zaak is gebleken dat verzoeker aanvankelijk bijgestaan werd door een toegevoegde advocaat, waarna een andere raadsman op commerciële basis de zaak overnam zonder dat de toevoeging werd ingetrokken of gewijzigd. Hierdoor bleef de oorspronkelijke toevoeging van kracht tot het einde van de zaak. De rechtbank oordeelt dat hierdoor geen gronden van billijkheid aanwezig zijn om vergoeding toe te kennen voor de kosten van de raadsman.
Wel wordt een standaardvergoeding van € 540,- toegekend voor het opmaken, indienen en behandelen van het verzoekschrift. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten raadsman wordt afgewezen vanwege bestaande toevoeging aan andere advocaat.