ECLI:NL:RBAMS:2011:BT6354
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag wegens schending re-integratieverplichtingen en vergoeding
Eiser was sinds 1996 in dienst bij gedaagde en werd vanaf december 2005 gedeeltelijk tot volledig arbeidsongeschikt verklaard. Ondanks pogingen tot re-integratie in eigen functie, bleef volledig herstel uit. Vanaf mei 2008 stopte gedaagde met re-integratieactiviteiten, terwijl zij volgens cao verplicht was dit gedurende drie jaar te doen.
Eiser vordert dat het ontslag wegens kennelijke onredelijkheid wordt verklaard en vraagt een schadevergoeding. Gedaagde stelt dat het ontslag rechtmatig was na drie jaar arbeidsongeschiktheid en dat voldoende re-integratie-inspanningen zijn verricht.
De rechtbank oordeelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is omdat gedaagde onvoldoende heeft gedaan aan re-integratie na mei 2008 en geen tweede spoortraject heeft ingezet. De gevorderde vergoeding wordt vastgesteld op €12.500 bruto, rekening houdend met onzekerheden over de arbeidsmarktpositie van eiser en het ontbreken van een verband tussen arbeidsongeschiktheid en werk bij gedaagde.
Een immateriële schadevergoeding wordt afgewezen en ook buitengerechtelijke kosten worden niet toegekend. De kosten van de procedure worden aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: Ontslag wordt kennelijk onredelijk verklaard en een vergoeding van €12.500 bruto toegekend wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.