ECLI:NL:RBAMS:2011:BT6417
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsrelatie en onterecht ontslag op staande voet
De werknemer trad sinds 1996 in dienst bij de rechtsvoorganger van de werkgever en ging per 1 februari 2010 over naar de werkgever met behoud van arbeidsvoorwaarden. De werkgever stelde dat de werknemer onjuiste tijdregistraties had ingevoerd en stelde hem op non-actief na een observatieonderzoek. Vervolgens werd de werknemer op 18 november 2010 op staande voet ontslagen wegens vermeende fraude met tijdregistratie.
De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen om zich te verdedigen, mede doordat hij geen toegang had tot zijn laptop en het onderzoeksrapport pas laat ontving. De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat de werknemer fraude had gepleegd en dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was gegeven.
De arbeidsverhouding was echter zodanig verstoord dat voortzetting niet mogelijk was. Daarom werd de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 maart 2011. Gelet op de leeftijd van de werknemer, de lange diensttijd en de omstandigheden werd een billijke vergoeding van €125.000 toegekend. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 maart 2011 met een vergoeding van €125.000 aan de werknemer wegens verstoorde arbeidsverhouding en onterecht ontslag op staande voet.