ECLI:NL:RBAMS:2011:BT7446
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens belediging leidinggevende en verstoring arbeidsrelatie
Werknemer, sinds 2001 in dienst bij de werkgever, werd op 19 mei 2011 op staande voet ontslagen wegens het uiten van de belediging 'fucking hoer' tegen zijn teamleidster tijdens werktijd. De werkgever stelde dat dit gedrag een dringende reden voor ontslag opleverde. Werknemer betwistte het ontslag en stelde dat hij niet had beledigd, dat hij in de kantine zat te wachten op een andere teamleider vanwege een conflict met de teamleidster, en dat het ontslag niet onverwijld was gegeven.
Tijdens de zitting werden verklaringen van getuigen en betrokkenen gehoord. De teamleidster en een medewerker bevestigden de belediging, terwijl een andere getuige de werknemer steunde. De kantonrechter oordeelde dat het niet duidelijk was wie gelijk had, maar dat de werkgever voldoende aannemelijk had gemaakt dat de dringende reden voor ontslag bestond.
De kantonrechter wees de vorderingen van werknemer af, waaronder loonbetaling en herplaatsing, en veroordeelde werknemer in de proceskosten. De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De ernst van de belediging en het ontbreken van bijzondere omstandigheden die het ontslag zouden kunnen rechtvaardigen, waren doorslaggevend.
Uitkomst: De vorderingen van werknemer worden afgewezen en het ontslag op staande voet blijft in stand.