ECLI:NL:RBAMS:2011:BT8986
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid derde-beslagene bij conservatoir derdenbeslag en uitbetaling beslagtegoed
Op 29 mei 2009 verkreeg eiser verlof tot het leggen van conservatoir derdenbeslag onder de derde-beslagene op een vordering van KRC. De eis in de hoofdzaak moest binnen vier weken na beslaglegging worden ingesteld. Hoewel de dagvaarding niet tijdig was ingediend, werd een herstelexploot uitgebracht. De derde-beslagene betaalde het beslagtegoed uit aan KRC, terwijl het beslag nog niet was opgeheven.
Eiser vorderde betaling van het beslagtegoed van € 19.986,40 plus schadevergoeding wegens vertraging. De derde-beslagene stelde dat het beslag was vervallen door het niet tijdig aanbrengen van de dagvaarding en het niet overbetekenen van het herstelexploot, en dat hij gerechtigd was tot uitbetaling. De rechtbank oordeelde dat het beslag niet verviel door het ontbreken van overbetekening van het herstelexploot en dat de derde-beslagene gehouden was het beslagtegoed aan de beslaglegger af te dragen.
De rechtbank wees het beroep op analoge toepassing van artikel 721 Rv Pro af en stelde vast dat het beslag pas eindigt door rechterlijke opheffing of kracht van gewijsde van de afwijzing van de eis in de hoofdzaak. De derde-beslagene was in verzuim vanaf 21 augustus 2010 en werd veroordeeld tot betaling van het beslagtegoed met wettelijke rente en proceskosten. In de vrijwaringszaak werd KRC veroordeeld tot betaling aan de derde-beslagene van het bedrag en kosten.
De uitspraak benadrukt de strikte naleving van termijnen en formaliteiten bij conservatoir derdenbeslag en bevestigt de aansprakelijkheid van de derde-beslagene bij onrechtmatige uitbetaling van beslagtegoed.
Uitkomst: Derde-beslagene is gehouden het beslagtegoed af te dragen aan de beslaglegger met wettelijke rente en proceskosten.