ECLI:NL:RBAMS:2011:BT8987
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid derde-beslagene bij conservatoir derdenbeslag ondanks niet-tijdige dagvaarding
Op 29 mei 2009 verkreeg eiser [A] verlof om conservatoir derdenbeslag te leggen onder [B] op een vordering van KRC. De eis in de hoofdzaak moest binnen vier weken na beslaglegging worden ingesteld. Hoewel de dagvaarding niet tijdig bij de rechtbank was ingediend, werd een herstelexploot uitgebracht. De derde-beslagene [B] keerde het beslagtegoed uit aan KRC, terwijl het beslag nog niet was komen te vervallen.
[A] vorderde betaling van het beslagtegoed van [B] op grond van artikel 477 Rv Pro, omdat [B] zijn wettelijke verplichting tot afdracht niet nakwam. [B] voerde verweer dat het beslag was vervallen door het niet overbetekenen van het herstelexploot en dat hij mocht vertrouwen op het vervallen van het beslag.
De rechtbank oordeelde dat het beslag niet verviel door het ontbreken van overbetekening van het herstelexploot, omdat de eis in de hoofdzaak tijdig was ingesteld en het beslag pas eindigt door opheffing of kracht van gewijsde van afwijzing. [B] was daarom gehouden het beslagtegoed aan de beslaglegger af te dragen. In de vrijwaringszaak werd KRC veroordeeld tot betaling aan [B] van het depotbedrag.
De rechtbank veroordeelde [B] tot betaling van het beslagtegoed aan de beslaglegger, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten, en wees het meer of anders gevorderde af. Het vonnis werd op 27 juli 2011 gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort.
Uitkomst: De derde-beslagene is aansprakelijk en veroordeeld tot betaling van het beslagtegoed aan de beslaglegger, ondanks het niet tijdig overbetekenen van het herstelexploot.