ECLI:NL:RBAMS:2011:BT9364
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg mondelinge overeenkomst over uitvaartkosten tussen vader en partner van overledene
Op 6 augustus 2008 overleed de dochter [C] van eiser [A] en partner van gedaagde [B], die als enig erfgenaam was benoemd. [A] gaf opdracht aan PC Hooft Uitvaartverzorging B.V. om de uitvaart te regelen en ontving de factuur, die onbetaald bleef. [B] betaalde slechts een deel van de kosten.
Er bestond een mondelinge afspraak tussen [A] en [B] dat [A] de uitvaart zou regelen, maar onenigheid over wie de kosten zou dragen. [A] stelde dat [B] de kosten zou betalen, terwijl [B] betwistte hierover afspraken te hebben gemaakt en meende dat [A] de kosten voor zijn rekening nam.
De rechtbank oordeelde dat, gelet op het wettelijke uitgangspunt dat de erfgenaam verantwoordelijk is voor uitvaartkosten, dit niet automatisch betekent dat partijen een betalingsafspraak hadden. De stellingen van [A] waren onvoldoende om te bewijzen dat [B] de kosten zou dragen. Daarom werd de vordering van PC tegen [A] toegewezen en de vordering van [A] tegen [B] afgewezen.
Uitkomst: Vader wordt veroordeeld tot betaling van uitvaartkosten aan uitvaartonderneming; vordering tegen partner wordt afgewezen.