ECLI:NL:RBAMS:2011:BU2528
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.R.S.M. Marres
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij subjectieve cumulatie van vorderingen in advocatendebat
Eiseres, een advocatenpraktijk, vordert betaling van onbetaalde declaraties van vijf gedaagde vennootschappen. Gedaagden voeren in een incident beroep op onbevoegdheid van de kantonrechter, primair op grond van de uitsluitende bevoegdheid van de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten (art. 32 Wtbz Pro) en subsidiair wegens overschrijding van de competentiegrens van € 5.000 per vordering.
De kantonrechter oordeelt dat het beroep op de Raad van Toezicht onvoldoende is onderbouwd, omdat gedaagden geen concrete bezwaren tegen tarief of urenstaten hebben aangevoerd, maar slechts verweren omtrent de kwaliteit van de juridische dienstverlening. Het beroep op de uitsluitende bevoegdheid wordt daarom gepasseerd.
Ten aanzien van de subsidiariteit overweegt de kantonrechter dat sprake is van subjectieve cumulatie van vorderingen, waarvoor geen specifieke wettelijke regeling bestaat. Gezien de samenhang tussen de vorderingen en het belang van goede procesorde is het passend alle vorderingen gezamenlijk bij de kantonrechter te behandelen, ook al overschrijden drie vorderingen de competentiegrens.
De kantonrechter verklaart zich bevoegd tot kennisneming van alle vorderingen en houdt de beslissing over de kosten aan tot de eindbeslissing in de hoofdzaak.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd tot kennisneming van alle vorderingen en wijst het beroep op onbevoegdheid af.