ECLI:NL:RBAMS:2011:BU2956
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. Biller
- M.J. Diemer
- C.W. Bianchi
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks verweer nemo tenetur
De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 oktober 2011 de vordering tot overlevering van een persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 22 juni 2011. Het EAB betreft een strafrechtelijk onderzoek naar een ernstig strafbaar feit, te weten moord, doodslag of zware mishandeling, waarop een gevangenisstraf van ten minste drie jaar staat volgens Belgisch recht.
De opgeëiste persoon, geboren in Marokko en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd bijgestaan door een advocaat en een tolk tijdens de zitting. De verdediging voerde aan dat de opgeëiste persoon bij zijn tweede verhoor niet was gewezen op zijn consultatierecht en het nemo tenetur-beginsel was geschonden doordat hij zonder cautie een belastende verklaring had afgelegd. De rechtbank verwierp dit verweer en verwees naar de Belgische rechter voor beoordeling van mogelijke schendingen van artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank stelde vast dat het feit waarvoor overlevering wordt gevraagd voorkomt op de lijst van bijlage 1 OLW, zodat onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kan blijven. Gezien de naleving van de wettelijke vereisten en het vertrouwensbeginsel tussen lidstaten, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe ondanks het verweer dat het nemo tenetur-beginsel is geschonden.