ECLI:NL:RBAMS:2011:BU3911
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontruiming en verhuiskostenvergoeding bij wijziging onderhuur naar kamerhuur voor onzelfstandige woning
De zaak betreft een geschil tussen een verhuurder en een 83-jarige onderhuurster over de juridische kwalificatie van haar woonruimte en de ontruiming daarvan. De onderhuurster had in 1986 een onderhuurcontract omgezet in een kamerhuurcontract voor een onzelfstandige woning, waarbij het gebruik van de bovenwoning werd gewijzigd. De verhuurder vordert ontruiming wegens onrechtmatig gebruik na beëindiging van de hoofdhuur.
De rechtbank stelt vast dat het kamerhuurcontract derdenwerking heeft en dat de woning niet als zelfstandige woning kan worden aangemerkt omdat essentiële voorzieningen ontbreken en er geen verbouwingen zijn geweest om zelfstandigheid te creëren. De onderhuurster kon dus niet blijven wonen op grond van zelfstandige huurbescherming.
De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met een termijn tot uiterlijk 1 april 2012 om passende woonruimte te vinden. De verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van een verhuiskostenvergoeding van €5.250,- aan de onderhuurster, gelet op de bijzondere omstandigheden zoals haar hoge leeftijd en het voordeel dat de verhuurder heeft van de juridische kwalificatie van het contract. De schadevergoeding wegens misgelopen huurinkomsten wordt afgewezen.
Uitkomst: De onderhuurster wordt veroordeeld tot ontruiming uiterlijk 1 april 2012 en krijgt een verhuiskostenvergoeding van €5.250,- toegekend.