ECLI:NL:RBAMS:2011:BU4264
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag door gebrek aan goed werkgeverschap
De werknemer trad in januari 2007 in dienst als tekstschrijver bij de werkgever. Medio 2008 werden onderhandelingen over beëindiging van het dienstverband gevoerd, maar zonder resultaat. In 2009 diende de werkgever een ontslagaanvraag in bij het UWV op bedrijfseconomische gronden, welke aanvankelijk werd geweigerd. Na een conflict waarbij de werknemer tijdelijk de toegang tot het kantoor werd ontzegd, volgde een tweede ontslagaanvraag die werd goedgekeurd. De arbeidsovereenkomst werd per 1 oktober 2009 beëindigd.
De werknemer stelde dat de bedrijfseconomische reden vals of voorgewend was en dat de werkgever zich niet als een goed werkgever had gedragen, onder meer door hem weg te pesten, geen opdrachten te geven en hem te negeren. De werkgever voerde aan dat de omzet was gedaald en dat de functie van de werknemer was komen te vervallen. De kantonrechter oordeelde dat de bedrijfseconomische reden wel degelijk bestond en niet vals of voorgewend was.
Desondanks werd geoordeeld dat de werkgever zich niet als een goed werkgever had gedragen, onder meer door het gebrek aan compensatie en de wijze van omgang met de werknemer, waaronder het incident met de politie. Dit maakte het ontslag kennelijk onredelijk. De kantonrechter kende daarom een immateriële schadevergoeding van € 5.000 toe, alsmede betaling van achterstallig loon en vakantiedagen met wettelijke verhoging en rente.
Daarnaast werd vastgesteld dat de werkgever onterecht het loon over de afkoelingsperiode niet had betaald en dat vier vakantiedagen onterecht niet waren vergoed. De wettelijke verhoging werd gematigd tot 25% conform gebruikelijke tarieven bij de sector kanton. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen en de proceskosten.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 5.000 en achterstallig loon met vakantiedagen inclusief wettelijke verhoging en rente wegens kennelijk onredelijk ontslag.