ECLI:NL:RBAMS:2011:BU4395
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- J.A.J. Peeters
- M.V. Ulrici
- C.W.M. Giesen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters meervoudige strafkamer wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een mondeling wrakingsverzoek in tegen de leden van de meervoudige strafkamer die belast waren met zijn strafzaak, vanwege een eerdere uitspraak in een zaak tegen een medeverdachte waarin de proceshouding van verzoeker werd besproken. Verzoeker meende dat dit een vooringenomen oordeel over zijn schuld impliceerde.
De rechtbank onderzocht of de rechters in het eerdere vonnis een zodanig specifiek oordeel hadden gegeven dat een objectief gerechtvaardigd vermoeden van vooringenomenheid kon worden aangenomen. Hierbij werd overwogen dat de rechters slechts een tussenvonnis hadden gewezen met minimale inhoudelijke overwegingen en dat het onderzoek in de zaak van verzoeker was heropend.
De officier van justitie stelde het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk wegens niet-onverwijld indienen, maar de rechtbank oordeelde dat het verzoek tijdig was gedaan. De rechtbank concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren die een gegronde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen.
Het verzoek werd daarom afgewezen en de behandeling van de strafzaak van verzoeker werd hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters van de meervoudige strafkamer wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.