ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5823
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.F. Korthals Altes
- W.M. van den Bergh
- J.L. De Vries
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van openlijk in vereniging geweld plegen na tramvechtpartij in Amsterdam
Op 2 augustus 2010 ontstond in een tram in Amsterdam een woordenwisseling die uitmondde in een massale vechtpartij waarbij het slachtoffer diverse steekwonden en licht schedel- en hersenletsel opliep. Verdachte was aanwezig in de tram en erkende het spugen dat aanleiding gaf tot de ruzie, maar ontkende betrokken te zijn bij het geweld.
De officier van justitie achtte het bewijs onvoldoende om verdachte te verbinden aan de meest ernstige geweldshandelingen, zoals de karatetrap en messteken, vanwege uiteenlopende getuigenverklaringen en gebrek aan concrete aanwijzingen. De verdediging stelde dat louter aanwezig zijn in een groep niet voldoende is voor een veroordeling en dat verdachte zich van het geweld had gedistantieerd.
De rechtbank concludeerde dat er geen bewijs was voor een significante bijdrage van verdachte aan het geweld en sprak hem vrij van alle ten laste gelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van openlijk in vereniging geweld plegen wegens onvoldoende bewijs.