ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5833
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.B. Kleiss
- H.G. Schoots
- C. Bakker
- Rechtspraak.nl
Terugvordering remigratiekosten wegens terugkeer gezinsleden naar Nederland
Eiser ontving op grond van de Remigratiewet een basisvoorziening en remigratie-uitkering voor zichzelf, zijn echtgenote en kinderen bij remigratie naar Marokko. Na vertrek keerde echter de echtgenote met de minderjarige kinderen binnen drie jaar terug naar Nederland. Verweerder vorderde daarom de toegekende basisvoorziening terug.
Eiser betwistte de terugvordering en voerde aan dat hij aan de voorwaarden had voldaan bij toekenning en dat artikel 12, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit Remigratiewet in strijd zou zijn met artikel 6 van Pro de Remigratiewet. De rechtbank oordeelde dat de voorwaarden ook ná toekenning moeten worden nageleefd en dat terugkeer van gezinsleden naar Nederland binnen drie jaar leidt tot terugvordering.
De rechtbank stelde vast dat eiser schriftelijk had bevestigd dat zijn echtgenote en kinderen waren teruggekeerd, wat voldoende bewijs was. De wettelijke grondslag voor terugvordering is artikel 6 van Pro de Remigratiewet in samenhang met artikel 12, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit, welke laatste bepaling geen hardheidsclausule kent. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van remigratiekosten wordt ongegrond verklaard.