ECLI:NL:RBAMS:2011:BU7151
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting premiepercentage en betalingsverplichtingen in vervroegde uittredingsregeling havenbedrijven
STIVU vordert betaling van achterstallige premies van USA c.s. en [A] op grond van hun deelname aan de vervroegde uittredingsregeling voor havenwerknemers. De kern van het geschil betreft de uitleg van artikel 18.6 van het reglement, dat STIVU de discretionaire bevoegdheid geeft het premiepercentage aan te passen indien de werkelijke loonsom meer dan 10% onder het niveau van 1 januari 1996 daalt.
USA c.s. betoogt dat een tweede aanpassing van het premiepercentage niet mogelijk is zonder nieuwe peildatum en dat STIVU haar recht op verhoging heeft verwerkt door pas in 2009 te verhogen. De rechtbank oordeelt dat deze uitleg onvoldoende rekening houdt met de noodzaak van STIVU om haar betalingsverplichtingen te dekken en dat de peildatum 1 januari 1996 blijft gelden.
De rechtbank wijst het verweer van USA c.s. af en veroordeelt hen en [A] tot betaling van de gevorderde bedragen, vermeerderd met rente en proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van daadwerkelijke kosten.
Uitkomst: USA c.s. en [A] worden veroordeeld tot betaling van achterstallige premies en rente aan STIVU.