ECLI:NL:RBAMS:2011:BU7591
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarige naar Spanje wegens gewone verblijfplaats in Nederland
De vader verzocht de rechtbank Amsterdam om de onmiddellijke terugkeer van zijn minderjarige zoon naar Spanje te gelasten, op grond van het Haagse Verdrag inzake internationale kinderontvoering. De moeder en het kind verblijven sinds augustus 2010 in Nederland, waar het kind naar school gaat en een sociaal netwerk heeft opgebouwd. Partijen hadden een overeenkomst gesloten waarin werd afgesproken dat de verblijfplaats van het kind jaarlijks zou wisselen tussen Nederland en Spanje.
De rechtbank oordeelde dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige feitelijk in Nederland ligt, mede gelet op de duur van het verblijf en de maatschappelijke banden aldaar. De intentie van partijen om de verblijfplaats jaarlijks te wijzigen doet hieraan niet af. Het Haagse Verdrag is niet bedoeld voor situaties waarin ouders onderling afspraken maken over wisselende verblijfplaatsen, maar voor gevallen van ongeoorloofde ontvoering.
De moeder had verzocht om benoeming van een bijzondere curator voor het kind, maar dit verzoek werd afgewezen vanwege de aard van de procedure en het feit dat het kind zijn mening had kunnen uiten. De rechtbank bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt en wees het verzoek van de vader tot teruggeleiding af. De procedure bij de bodemrechter over de hoofdverblijfplaats van het kind wordt voortgezet.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot teruggeleiding van de minderjarige naar Spanje wordt afgewezen omdat de gewone verblijfplaats van het kind in Nederland is.