ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8398

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
13/670502-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing onderzoek en prejudiciële vragen aan Hof van Justitie EU in strafzaak artikel 197 Sr

Op 29 augustus 2011 hield de rechtbank Amsterdam een openbare terechtzitting in een strafzaak waarbij de verdachte niet aanwezig was, maar zich schriftelijk had onttrokken aan het recht op aanwezigheid. De raadsvrouw van verdachte was wel aanwezig en vertegenwoordigde hem. De rechtbank besloot het onderzoek te schorsen om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarbij zij tevens verzocht om toepassing van de spoedprocedure.

De rechtbank stelde een procedure vast waarbij het Openbaar Ministerie binnen twee weken schriftelijk zou reageren op de conceptvraagstelling van de verdediging, waarna een definitieve vraagstelling aan partijen zou worden toegezonden met een reactietermijn van twee weken. Er zouden geen verdere zittingen worden ingelast totdat het Hof van Justitie had beslist.

Daarnaast werd de zaak gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met twee andere strafzaken die dezelfde juridische vraagstukken betreffen omtrent overtreding van artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De verdachte was gedetineerd in het Huis van Bewaring “De Weg” te Amsterdam en had geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

De rechtbank nam deze maatregelen om de rechtsgang te waarborgen en de juiste rechtsvragen aan het Europese Hof voor te leggen, wat van belang is voor de verdere behandeling van de strafzaken.

Uitkomst: Het onderzoek is geschorst voor onbepaalde tijd om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer: 13/670502-11
PROCES-VERBAAL
TERECHTZITTING
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van bovengenoemde rechtbank, meervoudige strafkamer, op 29 augustus 2011.
Tegenwoordig:
mr. J. Knol, voorzitter,
mrs. M.A.H. van Dalen-van Bekkum en M. Vaandrager, rechters
en mr. J.E. van Bruggen, griffier.
Het Openbaar Ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. S.J.S. Preenen, officier van justitie.
De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De voorzitter belast de oudste rechter met de leiding van het onderzoek.
De verdachte, opgeroepen als:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Sierra Leone) op [1984],
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd uit anderen hoofde in het Huis van Bewaring “De Weg” te Amsterdam.
is niet verschenen.
Ter terechtzitting is aanwezig mr. S. de Schutter, advocaat te Amsterdam, die verklaart raadsvrouw van verdachte te zijn.
De oudste rechter maakt melding van een schriftelijke verklaring d.d. 29 augustus 2011 van verdachte, waarin verdachte afstand doet van het recht ter terechtzitting aanwezig te zijn. Deze verklaring is in het dossier gevoegd.
De raadsvrouw verklaart dat verdachte haar uitdrukkelijk heeft gemachtigd hem ter terechtzitting te verdedigen.
Nadat de rechtbank daarmee heeft ingestemd, deelt de oudste rechter mee dat de behandeling van de zaak als een procedure op tegenspraak zal gelden.
De rechtbank hervat het onderzoek in de stand waarin het zich bevond op het tijdstip van de schorsing ter terechtzitting van 28 juli 2011.
De zaak wordt, met instemming van de officier van justitie en de raadsvrouw gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de zaken van [medeverdachte 1] (parketnummer: 13/650931-11) en [medeverdachte 2] (13/664146-11) wegens de gelijkluidende juridische vraagstukken ten aanzien van de ten laste gelegde overtreding van artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De oudste rechter deelt mee dat de rechtbank in raadkamer de beslissing heeft genomen om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, zoals inmiddels telefonisch aan partijen is meegedeeld. Hierdoor zal het onderzoek ter terechtzitting vandaag niet gesloten worden. De verdediging heeft op de vorige terechtzitting al een conceptvraagstelling overgelegd. De oudste rechter stelt voor dat het Openbaar Ministerie hierop binnen een termijn van twee weken na heden schriftelijk reageert en daarbij ook eventuele eigen conceptvragen vermeldt.
De officier van justitie verklaart, zakelijk weergegeven:
Ik zou graag van deze gelegenheid gebruik maken.
De oudste rechter deelt mee dat de rechtbank na ontvangst van de schriftelijke reactie van de officier van justitie tot een conceptvraagstelling zal komen die vervolgens aan de verdediging en de officier van justitie verstuurd zal worden. Partijen hebben dan twee weken de tijd om hierop commentaar te leveren. Vervolgens zal een definitieve vraagstelling aan het Hof van Justitie van de Europese Unie verzonden worden. Er zal tussentijds geen zittingsmoment meer worden ingelast.
De oudste rechter deelt als beslissing van de rechtbank mee:
? dat het onderzoek wordt geschorst voor onbepaalde tijd, teneinde prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. De rechtbank zal het Hof van Justitie van de Europese Unie verzoeken om de spoedprocedure toe te passen.
De oudste rechter beveelt de oproeping van verdachte tegen het nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsvrouw van verdachte.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de oudste rechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.