ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8404
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens niet-inschrijving leerplichtige dochter ondanks beroep op vrijstelling vanwege islamitische levensovertuiging
De rechtbank Amsterdam heeft op 29 november 2011 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd vervolgd wegens overtreding van de Leerplichtwet 1969. Verdachte had haar dochter, die binnen de leerplichtige leeftijd viel, niet ingeschreven op een school binnen redelijke afstand van de woning gedurende de periode van 30 augustus 2010 tot en met 4 november 2010. Verdachte beriep zich op een vrijstelling op grond van artikel 5 sub b van Pro de Leerplichtwet vanwege haar islamitische levensovertuiging, stellende dat binnen redelijke afstand geen islamitische school aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat de bedenkingen van verdachte niet concreet genoeg waren om te kunnen vaststellen dat zij zich terecht op de vrijstelling had beroepen. De bezwaren betroffen de grondbeginselen van de islam die volgens verdachte onvoldoende tot uitdrukking kwamen, maar dit werd niet als een geldige bedenking tegen de richting van het onderwijs beschouwd. Hierdoor was de leerplichtwet overtreden en was verdachte strafbaar.
Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met het feit dat het de eerste keer was dat verdachte werd vervolgd voor een dergelijk feit en dat zij thuisonderwijs gaf om de gevolgen van de niet-inschrijving te beperken. Ook werd meegewogen dat mogelijk onduidelijkheid bestond over haar verplichtingen. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een geldboete van € 500, waarvan € 250 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en stelde vervangende hechtenis in voor het geval van niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 500, waarvan € 250 voorwaardelijk, wegens het niet inschrijven van haar leerplichtige dochter op een school binnen redelijke afstand.