ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8410
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens niet naleven inschrijfplicht leerplichtige dochter ondanks beroep op vrijstelling op grond van Islamitische levensovertuiging
De rechtbank Amsterdam heeft op 13 december 2011 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd vervolgd wegens overtreding van artikel 2 van Pro de Leerplichtwet 1969. Verdachte had zijn leerplichtige dochter, geboren in 1997, niet ingeschreven op een school binnen redelijke afstand van zijn woning gedurende de periode van 5 september 2011 tot en met 6 oktober 2011.
Verdachte beriep zich op een vrijstelling op grond van artikel 5 sub b van Pro de Leerplichtwet, omdat hij overwegende bedenkingen had tegen de richting van het onderwijs op alle scholen binnen redelijke afstand, gebaseerd op zijn Islamitische levensovertuiging. Hij stelde dat de scholen in de omgeving niet voldeden aan deze levensovertuiging en dat hij een kennisgeving had gedaan aan het College van B&W.
De rechtbank oordeelde echter dat verdachte niet concreet had aangegeven welke overwegende bedenkingen hij had tegen de richting van het onderwijs op de beschikbare scholen. De bezwaren betroffen volgens de rechtbank slechts dat de scholen de grondbeginselen van de Islam niet voldoende tot uitdrukking brachten, wat geen geldige vrijstellingsgrond is. Hierdoor kon verdachte niet worden ontslagen van de inschrijfplicht.
Gezien het feit dat het de eerste keer was dat verdachte werd vervolgd en dat hij had geprobeerd thuisonderwijs te geven, legde de rechtbank een geldboete op van €500, waarvan €250 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Vervangende hechtenis werd uitgesproken voor het geval de boete niet wordt betaald.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €500 wegens het niet inschrijven van zijn leerplichtige dochter ondanks beroep op vrijstelling.