ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8471
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- F.G. Bauduin
- E.R.S.M. Marres
- N.C.H. Blankevoort
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van rechters wegens vermeende vooringenomenheid afgewezen
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters die belast waren met de behandeling van zijn strafzaak, stellende dat de rechtspraak onpartijdigheid had verloren door vermeende politieke druk en betrokkenheid bij internationale misdrijven.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek niet alleen gericht was tegen de rechters die zijn zaak behandelden, maar tegen alle mogelijke rechters die bij de zaak betrokken konden zijn, wat zou leiden tot het niet kunnen behandelen van zijn strafzaak.
De gronden van het verzoek waren onder meer de vermeende ondermijning van de rechterlijke onafhankelijkheid door een politicus en de psychische nood waarin rechters zouden verkeren, waardoor zij vooringenomen zouden zijn.
De rechtbank stelde dat het verzoek niet voldeed aan de minimale vereisten van artikel 512 Sv Pro, dat vereist dat een wrakingsverzoek gericht moet zijn op rechters waarvan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestaat.
Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd bepaald dat verdere wrakingsverzoeken van verzoeker tegen de rechters die zijn strafzaak behandelen niet in behandeling worden genomen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard en verdere wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.