ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8477
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- M.G. Tarlavski-Reurslag
- A.J.T. Karskens
- M.A.H. van Dalen - van Bekkum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid inzake jurisprudentie Hoge Raad
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die tijdens een comparitie zijn mening gaf dat hij het niet eens was met bepaalde uitspraken van de Hoge Raad over kennelijk onredelijk ontslag. De rechter stelde dat hij de Hoge Raad niet op de stoel van de arbeidsrechter vond moeten zitten en verwees naar zijn eerdere motivering in een vonnis.
De rechtbank onderzocht of deze uitlatingen aanleiding gaven tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. De rechter gaf aan dat hij zijn afwijkende standpunt bewust had geuit om partijen de gelegenheid te geven te reageren en dat het afwijken van jurisprudentie van de Hoge Raad niet per definitie wijst op vooringenomenheid.
De rechtbank oordeelde dat het uiten van voorlopige juridische inzichten tijdens een mondelinge behandeling niet leidt tot een gebrek aan onpartijdigheid. Er was geen bewijs dat verzoekster daardoor belemmerd was in haar procespositie. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de procedure werd voortgezet in de oorspronkelijke stand.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.