ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8481
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens weigering aanwezigheid tweede advocaat bij getuigenverhoor
In deze zaak diende een schriftelijk wrakingsverzoek ex art. 512 Sv Pro tegen een rechter-commissaris die had besloten dat de kantoorgenoot van de raadsvrouw van verzoeker niet aanwezig mocht zijn bij het verhoor van een kwetsbare getuige. De verzoeker stelde dat deze weigering willekeurig was en dat er geen gegronde reden was om de tweede advocaat te weren, terwijl ook niet aan de raadsvrouw was gevraagd of zij bezwaar had tegen de aanwezigheid van de advocaat van de getuige.
De rechter-commissaris had haar beslissing gebaseerd op het belang van een besloten setting bij het verhoor van een jongvolwassen aangeefster in een zedenzaak, waarbij zij rekening hield met de kwetsbaarheid van de getuige en het belang van een vrije verklaring. De rechter-commissaris had bovendien de mening van de getuige en haar advocaat betrokken, waarbij de getuige bezwaar maakte tegen de aanwezigheid van de tweede advocaat van de verdediging.
De wrakingskamer oordeelde dat het instrument van wraking niet bedoeld is tegen processuele beslissingen, tenzij deze zo onbegrijpelijk zijn dat zij duiden op partijdigheid. De beslissing van de rechter-commissaris was niet zodanig onbegrijpelijk en er was geen grond voor het oordeel dat zij partijdig was. De belangen van alle betrokkenen waren zorgvuldig afgewogen. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.