ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8486
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- J.A.J. Peeters
- N.C.H. Blankevoort
- M.M. van der Nat
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van wrakingsverzoek wegens ontbreken motivatie en misbruik van recht
Verzoeker, gedaagde in een civiele procedure, diende een wrakingsverzoek in tegen leden van de wrakingskamer die een eerder wrakingsverzoek van hem hadden afgewezen. Het verzoek was gebaseerd op de aanwezigheid van de gemachtigde van de wederpartij tijdens de behandeling van het eerdere wrakingsverzoek, wat verzoeker als vooringenomenheid interpreteerde.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet voldeed aan de vereiste motivatie ten aanzien van iedere rechter, zoals voorgeschreven in het wrakingsprotocol van de rechtbank Amsterdam. De aangevoerde gronden betroffen immers alleen de aanwezigheid van de gemachtigde van de wederpartij en niet de rechters zelf.
Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en buiten behandeling gelaten. Tevens werd vastgesteld dat het verzoek mogelijk was bedoeld om de rechtsgang te vertragen, waardoor de anti-misbruikbepaling van artikel 39, vierde lid, Rv werd toegepast. De wrakingskamer bepaalde dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker tegen dezelfde wrakingskamerleden niet in behandeling worden genomen.
Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk op grond van artikel 39, vijfde lid, Rv.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en toekomstige verzoeken van verzoeker tegen dezelfde wrakingskamerleden worden niet in behandeling genomen.