ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8721
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking WWIK-uitkering wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
De rechtbank Amsterdam behandelde de beroepen tegen de intrekking van de WWIK-uitkeringen van eiser en eiseres, waarbij het geschil draaide om de vraag of zij een gezamenlijke huishouding voerden vanaf 1 mei 2010.
Verweerder baseerde zijn besluiten op een huisbezoek en verklaringen van eiseres, maar de rechtbank constateerde discrepanties in de verklaringen en onvoldoende doorvragen door verweerder. Het verblijf van eiser in de woning van eiseres was onregelmatig en beperkt, zonder post of administratie aanwezig. De aanwezigheid van herenkleding werd aannemelijk verklaard als onderdeel van een kunstproject.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor de intrekking bij verweerder ligt en dat het onderzoek onvoldoende was. Daarom werden de beroepen gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en de primaire besluiten herroepen, waardoor het recht op uitkering herleeft vanaf 1 mei 2011.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de intrekkingsbesluiten en herroept de primaire besluiten, waardoor het recht op WWIK-uitkering herleeft.