ECLI:NL:RBAMS:2011:BU9162
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.B. Kleiss
- L.H. Waller
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van een éénmaandsverwijderingsbevel wegens overtreding APV in overlastgebied centrum Amsterdam
Eiser kreeg op 4 november 2008 een 24-uursverwijderingsbevel opgelegd wegens het openlijk voorhanden hebben van een basepijpje met een witte substantie, vermoedelijk cocaïne, in het centrum van Amsterdam. Op basis van dezelfde gedraging legde de burgemeester een éénmaandsverwijderingsbevel op. Eiser betwistte de feitelijke grondslag van het éénmaandsbevel en stelde dat het bevel een bestraffende sanctie betreft, waardoor sprake zou zijn van strijd met het ne bis in idem-beginsel.
De rechtbank stelde vast dat het 24-uursverwijderingsbevel formele rechtskracht bezit, maar dat de feitelijke situatie bij het éénmaandsbevel wel ter discussie kan worden gesteld. Uit het proces-verbaal bleek voldoende dat eiser de overtreding had begaan. De rechtbank verwierp het verweer dat het pijpje voor marihuana werd gebruikt en concludeerde dat het een voorwerp is dat dient voor het gebruik van harddrugs.
Verder oordeelde de rechtbank dat het éénmaandsverwijderingsbevel geen bestraffende sanctie is, maar een preventieve maatregel ter bescherming van de openbare orde. Het ne bis in idem-beginsel is daarom niet van toepassing. Ook is de getrapte opbouw van de maatregelen proportioneel en niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het éénmaandsverwijderingsbevel wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.