ECLI:NL:RBAMS:2011:BU9764
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- N.C.H. Blankevoort
- T.P.J. de Graaf
- J.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter wegens ontbreken schijn van partijdigheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen een bestuursrechter van de rechtbank Amsterdam, stellende dat de rechter partijdig was door het niet beantwoorden van vooraf gestelde vragen en het niet registreren van een nevenfunctie als lid van een bezwaarschriftcommissie.
De rechter had geweigerd tijdens de zitting op drie voorvragen in te gaan en verzoekster het woord ontnomen. Tevens was er onduidelijkheid over de volledigheid van het dossier en het niet kunnen kopiëren daarvan. De rechter verklaarde dat hij zijn nevenfunctie niet had geregistreerd omdat hij geen feitelijke werkzaamheden had verricht.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek geen grond had. De rechter werd vermoed onpartijdig te zijn, en de omstandigheden boden geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Het dossier was volledig beschikbaar gesteld en het niet beantwoorden van vragen tijdens de zitting was niet onrechtmatig.
De omissie in de registratie van de nevenfunctie werd niet als wrakingsgrond erkend, mede omdat het stadsdeel Watergraafsmeer geen partij was in de zaak. Het wrakingsverzoek werd derhalve als ongegrond afgewezen en de lopende zaken werden hervat in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter is afgewezen wegens ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.