ECLI:NL:RBAMS:2011:BU9773
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- M.W. van der Veen
- K.A. Brunner
- M. A.H. van Dalen-van Bekkum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzitter meervoudige kamer in ontnemingszaak
In deze zaak diende een wrakingsverzoek tegen de voorzitter van een meervoudige kamer die betrokken was bij de behandeling van een ontnemingsvordering. Het verzoek richtte zich op het niet oproepen van een getuige, ondanks eerdere beslissingen daartoe. De verdediging stelde dat de beslissing onjuist was en dat er sprake was van vooringenomenheid vanwege overleg tussen de rechter en de officier van justitie buiten de zitting om.
De rechtbank onderzocht de feiten en de procedure, waaronder meerdere zittingen en correspondentie tussen partijen. De wrakingskamer oordeelde dat de beslissing om de getuige niet op te roepen mede gebaseerd was op gewijzigde omstandigheden, zoals emigratie van de getuige en aanpassing van de ontnemingsvordering. Tevens was de verdediging in de gelegenheid gesteld om argumenten aan te dragen, maar deed dit niet.
De wrakingskamer benadrukte dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen grond is voor wraking en dat de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. De vermeende verbanden tussen het overleg en de beslissing werden als speculatief beoordeeld. De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestond en wees het verzoek af. De procedure werd voortgezet in de stand van zaken ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de meervoudige kamer is afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.