ECLI:NL:RBAMS:2011:BU9775
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken objectieve aanwijzingen voor partijdigheid rechters
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de leden van een civiele meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, stellende dat de rechters de schijn van partijdigheid wekten door onder meer het opleggen van een korte termijn voor het indienen van de conclusie van antwoord, het afwijzen van het verzoek tot tussentijds hoger beroep en vermeende belangenverstrengeling van een rechter.
De rechtbank onderzocht of er feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid konden rechtvaardigen. De rechter die eerder bij het advocatenkantoor werkte waarvan de wederpartij vaste klant is, werd nader onderzocht. Uit de toelichting bleek dat deze rechter sinds 2007 niet meer bij dat kantoor werkte en slechts eenmalig een cursus gaf. Er was geen bewijs van betrokkenheid bij zaken van de wederpartij.
De rechtbank oordeelde dat de korte termijn voor het indienen van de conclusie van antwoord gerechtvaardigd was vanwege het belang van een doelmatige procesvoering en dat het afwijzen van het tussentijds hoger beroep niet onbegrijpelijk was. De overwegingen in het vonnis over litispendentie, hoewel niet door partijen ingeroepen, waren niet zo onbegrijpelijk dat zij op partijdigheid duidden.
Gelet op het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid werd het wrakingsverzoek afgewezen. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.