ECLI:NL:RBAMS:2011:BV0387
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Arbeidsrechtelijke geschil over overgang van onderneming en loonbetaling na overname fitnesscentra
De werknemer trad in 2007 in dienst bij een vennootschap binnen een concern van fitnesscentra en verrichtte technisch onderhoudswerkzaamheden bij verschillende vestigingen. In 2011 werden de activiteiten van vier fitnesscentra overgedragen aan een andere partij, Sport City. De werknemer had geen arbeidsovereenkomst met de overgedragen vennootschappen en voerde werkzaamheden uit op basis van zijn contract met de oorspronkelijke werkgever.
Na de overdracht weigerde de werknemer werkzaamheden te verrichten voor Sport City, waarna de werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege was geëindigd vanwege de overgang van onderneming. De werknemer vorderde loonbetaling en toegang tot zijn werk. De rechtbank oordeelde dat de rechten en plichten uit de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege waren overgegaan omdat geen contractuele band met de overgedragen vennootschappen bestond en ook geen materieel werkgeverschap was vastgesteld.
De rechtbank wees het verweer van de werkgever af en veroordeelde deze tot loonbetaling met wettelijke verhoging en rente, en tot toelating van de werknemer tot zijn werkzaamheden, met een dwangsom bij niet-naleving. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werkgever is veroordeeld tot loonbetaling en toelating tot werkzaamheden omdat geen overgang van onderneming heeft plaatsgevonden.