ECLI:NL:RBAMS:2011:BV0496
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming en weigering overlevering minderjarige op grond van Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een minderjarige uit Engeland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) voor negen strafbare feiten, waaronder moord en zware mishandeling. De verdachte is geboren in Groot-Brittannië, heeft geen vaste verblijfplaats in Nederland en is gedetineerd in Zeist. De rechtbank onderzocht de strafbaarheid van de feiten volgens Nederlands recht en de vereisten van dubbele strafbaarheid.
De rechtbank oordeelde dat voor enkele feiten, waaronder het bezit van een imitatie-vuurwapen, niet aan de dubbele strafbaarheid werd voldaan omdat de Nederlandse strafmaat minder dan twaalf maanden bedraagt. Voor andere feiten, waaronder medeplegen van poging tot moord, was aan de vereisten voldaan. De verdediging voerde aan dat de levenslange gevangenisstraf met een minimale duur van twaalf jaar die in Engeland wordt opgelegd aan de minderjarige een schending vormt van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).
De rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat de Britse rechtsstaat voldoende waarborgen biedt, zoals de mogelijkheid tot herziening van de straf en juridische bijstand. Ook de privacy- en mediaverweren werden verworpen. De rechtbank stond daarom de overlevering toe voor de feiten die aan de eisen voldoen en weigerde deze voor de overige feiten. Tevens werd de afgifte van in beslag genomen voorwerpen bevolen.
Uitkomst: De rechtbank staat gedeeltelijke overlevering toe voor feiten met dubbele strafbaarheid en weigert overlevering voor andere feiten wegens schendingen en ontbrekende dubbele strafbaarheid.