ECLI:NL:RBAMS:2011:BV0505
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. Biller
- C.W. Bianchi
- C.E.M. Marsé
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering ondanks detentieongeschiktheid en voorlopige hechtenis in Zweden
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een verdachte aan Zweden op grond van een Europees aanhoudingsbevel. De verdediging voerde aan dat overlevering zou leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro vanwege de psychische detentieongeschiktheid van de verdachte en de aard van de voorlopige hechtenis in Zweden.
De rechtbank onderzocht of er een reëel risico bestond dat de verdachte na overlevering in voorlopige hechtenis met beperkingen zou worden geplaatst, wat ernstige psychische schade zou veroorzaken. Uit informatie van de Zweedse justitiële autoriteiten bleek dat de verdachte zonder beperkingen in voorlopige hechtenis zou worden genomen en dat binnen vier dagen een rechterlijke toetsing zou plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat voorlopige hechtenis zonder beperkingen geen schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt en dat de kans op voorlopige hechtenis met beperkingen zeer klein is. De rechtbank vertrouwde erop dat de Zweedse rechter rekening houdt met de psychische gesteldheid van de verdachte.
Daarom werd het verweer op grond van artikel 11 van Pro de Overleveringswet verworpen en de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Zweden toe ondanks psychische detentieongeschiktheid en voorlopige hechtenis.