ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1016
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen na overlijden partner en beleidswijziging meldplicht
Eiser ontving sinds juli 2004 een AOW-pensioen voor gehuwden. Zijn partner overleed in februari 2006, wat hij tijdig aan de gemeente meldde, maar niet aan de Sociale Verzekeringsbank (verweerder). Verweerder ontdekte dit pas in december 2010 en herzag het pensioen met ingang van december 2009, een jaar terugwerkend vanaf het moment van bekendheid.
Eiser stelde dat het pensioen met terugwerkende kracht vanaf de overlijdensdatum of minimaal vanaf 1 januari 2008, de datum van beleidswijziging, had moeten worden aangepast. De rechtbank oordeelde dat tot 1 januari 2008 eiser verplicht was het overlijden zelf te melden, maar dat vanaf die datum de melding aan de gemeente volstaat omdat de SVB via de gemeentelijke basisadministratie automatisch bericht ontvangt.
De rechtbank constateerde dat de SVB naliet de afnemersindicatie van de partner van eiser aan te zetten, waardoor geen automatische gegevensuitwisseling plaatsvond. Hierdoor kon de SVB niet eerder op de hoogte zijn. Dit maakt dat het niet langer aan eiser kan worden tegengeworpen dat hij het overlijden niet aan de SVB meldde.
De rechtbank kwalificeerde dit als een bijzonder geval, waardoor de SVB het pensioen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2008 had moeten herzien. Omdat partijen nog niet hadden gesproken over financiële hardheid, beveelt de rechtbank een nieuwe beslissing op bezwaar. Verweerder moet tevens het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het pensioen wordt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2008 herzien naar de norm voor een alleenstaande.