ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1275
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische beperkingen en smartengeld na whiplashongeval
Op 10 september 1999 vond een ongeval plaats waarbij eiseres [A] letsel opliep dat leidde tot een post whiplash syndroom. De rechtbank benoemde neuroloog Wolters als deskundige om de medische beperkingen vast te stellen. Zijn rapportages, inclusief een aanvullend rapport, concludeerden dat er sprake was van reële, ongevalsgerelateerde klachten, maar dat vanaf 10 april 2003 geen beperkingen meer bestonden vanuit neurologisch oogpunt.
Eiseres betwistte deze conclusies en bracht eigen medische rapporten in, die beperkingen ook na april 2003 stelden. De rechtbank weegt echter zwaar aan het onafhankelijke deskundigenrapport van Wolters, dat zorgvuldig en consistent is opgesteld en voldoet aan de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Neurologen. De bezwaren van eiseres worden onvoldoende onderbouwd geacht om het rapport naast zich neer te leggen.
De rechtbank erkent de beperkingen die golden vanaf het ongeval tot 10 april 2003, zoals verminderd belastbaar zijn bij langdurig voorovergebogen werk en lichte beperkingen bij diverse fysieke activiteiten. Voor de periode na 10 april 2003 worden geen ongevalsgerelateerde beperkingen vastgesteld. De zaak wordt aangehouden voor schikkingsberaad of verdere procedure met benoeming van verzekerings- en arbeidsdeskundigen om de schadevergoeding nader te bepalen.
De aansprakelijkheid van Aegon voor de ongevalsgerelateerde schade is erkend, en de rechtbank bepaalt dat Aegon een voorschot op de kosten van de deskundigen dient te deponeren. Partijen worden aangemoedigd om een minnelijke regeling te treffen om verdere kosten te beperken.
Uitkomst: De rechtbank volgt de neuroloog dat er vanaf 10 april 2003 geen ongevalsgerelateerde beperkingen meer zijn en wijst de vordering voor die periode af; beperkingen tot die datum worden erkend.