ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1513
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verkrijgende verjaring leidt tot eigendom litigieus perceel grond en water
De familie [A] maakt sinds 1935 gebruik van een perceel grond en water, het litigieuze perceel, dat oorspronkelijk uit moeras en water bestond. Dit perceel bestaat uit drie delen: deel A met bebouwing, deel B met grond gebruikt voor begrazing en deel C met water. Eisers vorderen eigendom van dit perceel op grond van verkrijgende verjaring ex artikel 3:105 BW Pro.
Gedaagde, Esconado c.s., stelt dat het gebruik van het perceel berust op een huurovereenkomst en betwist het eigendom van eisers. De rechtbank oordeelt dat gedaagde onvoldoende onderbouwing levert voor de huurovereenkomst over het gehele perceel en dat het gebruik door eisers zodanig feitelijk en exclusief is dat zij als bezitters gelden.
Voor deel A is het bouwen van bouwwerken een duidelijke feitelijke machtsuitoefening, voor deel B geldt dat het exclusief gebruik, beplanting en begrazing het bezit bevestigen. Voor deel C is het watergebruik alleen onvoldoende, maar de plaatsing van een 'verboden toegang' bordje en baggerwerkzaamheden maken het bezit kenbaar. De verjaringstermijn van twintig jaar is ruimschoots verlopen, zodat eisers eigenaar zijn geworden.
De rechtbank wijst de vorderingen van gedaagde in reconventie af en veroordeelt gedaagde tot medewerking aan inschrijving van het eigendom en in proceskosten. De vordering van [D] wordt afgewezen omdat onvoldoende gesteld is dat zij bezit had.
Uitkomst: Eisers zijn eigenaar van het litigieuze perceel door verkrijgende verjaring; vorderingen van gedaagde worden afgewezen.