ECLI:NL:RBAMS:2011:BV2286
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bewijslevering gemeente inzake bestendige praktijk canonvaststelling erfpacht
De gemeente Amsterdam vorderde bewijs dat bij de totstandkoming van taxatierapporten een bestendige gebruikelijke praktijk bestond waarbij de canon werd vastgesteld op basis van grondwaarde en een canonpercentage uit de grondwaardereferentieperiode, conform de Algemene Bepalingen 1934 (AB 1934). De gemeente overlegde een beperkt aantal taxatierapporten en brieven van twee deskundigen.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente onvoldoende inzicht gaf in het totaal aantal taxaties op basis van de AB 1934, 1915 en 1937, waardoor niet kon worden vastgesteld of de overgelegde rapporten representatief waren voor een bestendige praktijk. De brieven van deskundigen werden niet als voldoende bewijs erkend omdat deze niet onder ede waren afgelegd en niet contradictoir konden worden getoetst.
De erfpachters betwistten de representativiteit van de rapporten en de inhoud van de verklaringen, onder meer omdat de gebruikte methoden in de rapporten niet overeenkwamen met de door de gemeente gestelde bestendige praktijk. De rechtbank concludeerde dat de gemeente haar bewijsopdracht niet had voldaan en wees de vorderingen af.
De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op €1.656,00. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en op 28 december 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de gemeente af wegens onvoldoende bewijs van een bestendige gebruikelijke praktijk bij canonvaststelling erfpacht.