ECLI:NL:RBAMS:2011:BV6062
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- K.A. Brunner
- D.J. Markx
- L.S. Frakes
- Rechtspraak.nl
Correctie van evidente vergissing in voorlopige en definitieve aanslagen successierecht
De zaak betreft een geschil over de correctie van een evidente vergissing door de inspecteur van de Belastingdienst bij de verrekening van voorlopige en definitieve aanslagen successierecht na het overlijden van een erflater. De inspecteur had bij de voorlopige aanslagen een bepaalde rangschikking van erfgenamen gehanteerd, maar bij de definitieve aanslagen een andere, waardoor bedragen verkeerd waren toegerekend aan de erfgenamen, waaronder eiseres [A].
[A] vordert betaling van een bedrag dat volgens haar ten onrechte niet is uitbetaald door de Belastingdienst, alsmede vergoeding van kosten en schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De inspecteur en de Staat voeren verweer dat de definitieve aanslag geen rechtsgrond biedt voor de gevorderde uitbetaling vanwege de evidente vergissing, en beroepen zich op een arrest van de Hoge Raad uit 1997.
De rechtbank stelt vast dat de fout direct kenbaar was voor een oplettende lezer die voorlopige en definitieve aanslagen naast elkaar legt, en dat de vordering van [A] daarom faalt. Ook het beroep op toezeggingen van een medewerker en op navorderingsjurisprudentie slaagt niet. Wel wordt een vergoeding van € 2.000,- toegekend wegens onredelijke vertraging bij de behandeling van het bezwaar. De overige vorderingen worden afgewezen en [A] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot uitbetaling wegens evidente vergissing afgewezen, vergoeding van € 2.000,- toegekend wegens onredelijke vertraging.