ECLI:NL:RBAMS:2011:BV6652
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadevergoeding voor oogletsel en psychische gevolgen na mishandeling
Eiser [A] liep op 29 september 2002 ernstig oogletsel op door een opzettelijke mishandeling door gedaagde [B], waarbij zijn linkeroog werd geperforeerd en hij blind werd aan dat oog. Dit leidde tot langdurige medische behandelingen en psychische klachten, waaronder aanpassingsproblemen en depressieve stoornissen. Eiser kon zijn oorspronkelijke beroep als lasser/loodgieter niet meer uitoefenen en moest zich omscholen.
In een eerdere procedure werd reeds vastgesteld dat [B] aansprakelijk is voor de schade. In deze procedure staat de omvang van de schadevergoeding centraal. Eiser vordert vergoeding van verlies aan verdienvermogen (€73.481) en immateriële schade (€120.000), vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Gedaagde betwist het causale verband en de hoogte van de schade, met name de psychische gevolgen.
De rechtbank oordeelt dat het verlies aan verdienvermogen en de immateriële schade aan de mishandeling zijn toe te rekenen. De psychische klachten worden als gevolg van het letsel erkend. De immateriële schade wordt gematigd tot €27.500, mede gelet op vergelijkbare jurisprudentie. Voorschotten en uitkeringen worden in mindering gebracht. De totale vergoeding wordt vastgesteld op €92.519, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van mishandeling. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €92.519 aan eiser wegens verlies aan verdienvermogen en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.