ECLI:NL:RBAMS:2011:BV6905
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot vergoeding kosten lijkbezorging op grond van vermeende wens overledene
De Nederlands-Israelietische Hoofdsynagoge (NIH) vordert betaling van €25.000,- grafrecht van de erfgenamen van mevrouw [A], die op een Joodse begraafplaats werd begraven. De kern van het geschil betreft de vraag of de overledene de wens had om op Joodse wijze te worden begraven.
De erfgenamen betwisten deze wens en wijzen op verklaringen en een medisch rapport waarin wordt gesteld dat mevrouw [A] niets met het jodendom te maken wilde hebben. Daartegenover staan verklaringen van een maatschappelijk werkster die stelt dat mevrouw [A] in haar laatste levensdagen juist een Joodse begrafenis verlangde.
De rechtbank oordeelt dat NIH wel een vorderingsrecht heeft tot vergoeding van de kosten van lijkbezorging, maar dat het aan NIH is om te bewijzen dat de lijkbezorging overeenkomstig de wens van de overledene heeft plaatsgevonden. De zaak wordt aangehouden om NIH in de gelegenheid te stellen bewijs te leveren over deze wens.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan om de eisende partij in de gelegenheid te stellen bewijs te leveren over de wens van de overledene betreffende lijkbezorging.