ECLI:NL:RBAMS:2011:BV7455
Rechtbank Amsterdam
- Verzet
- M.M. Korsten - Krijnen
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen verstekvonnis inzake verjaring vordering vergoeding werkzaamheden samenwerking
In deze civiele zaak vordert eiser vergoeding voor werkzaamheden verricht in het kader van een beoogde samenwerking met gedaagde. De vordering is gebaseerd op een factuur van mei 2003 voor werkzaamheden vanaf augustus 2001 tot die datum.
Gedaagde stelt zich op het standpunt dat de vordering verjaard is op grond van artikel 3:307 lid 1 BW Pro, omdat de vordering pas in 2010 is ingediend, ruim na de vijfjarige verjaringstermijn. Eiser betwist de verjaring en stelt dat de termijn niet is gaan lopen of tijdig is gestuit, mede omdat gedaagde de samenwerking heeft gefrustreerd.
De rechtbank oordeelt dat de verjaringstermijn inderdaad is gaan lopen vanaf 1 mei 2003, de datum van de factuur, en dat eiser onvoldoende heeft gesteld om de verjaring te stuiten. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid faalt. Een vermeende afspraak uit 2005 tot verrekening wordt door gedaagde betwist en leidt niet tot toewijzing.
Daarom wordt het verzet gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd en de vordering van eiser afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van werkzaamheden wordt afgewezen wegens verjaring.