ECLI:NL:RBAMS:2011:BV7473
Rechtbank Amsterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en schadevergoeding bij letselschade na klap met ernstig hoofdletsel
In deze civiele letselschadezaak stond centraal of de gedaagde (opposant) door zijn gedrag was uitgelokt tot het slaan van eiser (geopposeerde) en in welke mate hij aansprakelijk was voor de opgelopen schade. De rechtbank oordeelde dat de opposant niet slaagde in het bewijs van uitlokking, maar wel dat de geopponeerde door zijn eigen gedrag in belangrijke mate aan het conflict had bijgedragen, waardoor de aansprakelijkheid met 75% werd verminderd.
De geopponeerde liep ernstig hoofdletsel op na een klap gevolgd door een val, met noodzaak tot meerdere operaties en blijvende beperkingen. De medische voorgeschiedenis, waaronder een mogelijke beginnende dementie en eerdere ernstige aandoeningen, maakte het lastig om de exacte gevolgen van het ongeval te kwantificeren. De rechtbank zag daarom geen noodzaak tot het benoemen van een deskundige en schatte de immateriële schade op €10.000.
Vanwege de eigen schuld van de geopponeerde werd de vergoedingsplicht van de opposant beperkt tot 25% van de schade, wat resulteerde in een toegekende vergoeding van €2.500 plus wettelijke rente. De rechtbank vernietigde het eerdere verstekvonnis en wees de kosten van de procedure aan de zijde van de geopponeerde toe.
Uitkomst: De aansprakelijkheid van de opposant wordt verminderd met 75% en hij wordt veroordeeld tot betaling van €2.500 immateriële schadevergoeding plus rente.