ECLI:NL:RBAMS:2011:BX6146
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging borgtocht wegens ontbreken toestemming echtgenote op grond van artikel 1:88 BW
De zaak betreft twee procedures waarin Rabobank en DLL vorderingen instellen tegen [gedaagde] op grond van door hem afgegeven borgtochten en een vermogensinstandhoudingsverklaring (VIV) ten behoeve van de vennootschap CML.
CML hield zich bezig met de aanschaf en leasing van luxeauto's en verkeerde financieel in zwaar weer met een negatief eigen vermogen en hoge schuldenlast. [gedaagde] was bestuurder en aandeelhouder van CML en had borgstellingen afgegeven voor aanzienlijke bedragen aan Rabobank en DLL.
[gedaagde] voert als hoofdverweer aan dat de borgtochtovereenkomsten en de VIV buitengerechtelijk zijn vernietigd door een brief van de advocaat van zijn echtgenote, omdat zij geen toestemming had gegeven zoals vereist op grond van artikel 1:88 BW Pro. De rechtbank overweegt dat gezien de slechte financiële positie van CML de borgstellingen niet zijn gedaan ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening, zodat toestemming van de echtgenote vereist was.
De rechtbank draagt [gedaagde] op te bewijzen dat hij ten tijde van het aangaan van de borgtochtovereenkomsten getrouwd was, omdat dit bepalend is voor de geldigheid van de vernietiging. Indien hij daarin slaagt, worden de borgtochten vernietigd en worden de vorderingen afgewezen. De beslissing wordt aangehouden totdat bewijs is geleverd.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en draagt [gedaagde] op te bewijzen dat hij ten tijde van het aangaan van de borgtocht getrouwd was, waarna verdere beslissing volgt.