ECLI:NL:RBAMS:2011:BY1997
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen jongste rechter in strafzaak wegens vermeende vooringenomenheid
In deze zaak verzocht de verdachte tot wraking van de jongste rechter van een meervoudige strafkamer, omdat deze rechter naar zijn mening reeds een definitief oordeel had gevormd over de herkenning door buurtregisseurs en de DNA-match op een hamer, wat volgens de verdachte wijst op vooringenomenheid.
De rechter heeft gemotiveerd betwist dat er sprake is van vooringenomenheid en stelde dat de rechtbank slechts heeft bevestigd dat er ernstige bezwaren zijn voor voorlopige hechtenis, zonder definitief oordeel over de bewijswaarde van de herkenning en DNA-match. Verder was het onderzoek nog niet afgerond en zouden getuigen nog worden gehoord.
De wrakingskamer oordeelde dat de in het proces-verbaal genoemde gronden niet als definitief oordeel kunnen worden gezien en dat er geen objectieve rechtvaardiging bestaat voor de vrees van vooringenomenheid. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen.
De beslissing werd genomen door de wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam op 2 december 2011 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de jongste rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid.