Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
- aantekeningen van de raadsman van verzoekster;
- de ter zitting van 20 september 2012 uitgereikte pleitnota van de raadsman;
- de door de raadsman ter zitting overgelegde stukken.
1.De feiten
2.Het verzoek en de gronden daarvan
3.Het standpunt van het openbaar ministerie
4.De reactie van de rechters
Behoudens ten aanzien van de niet aan de raadsman meegedeelde intrekking van het bevel medebrenging ontbreekt dan ook de feitelijke grondslag aan het verzoek. De intrekking van het bevel medebrenging is telefonisch door of namens de voorzitter van de meervoudige gedaan. De meervoudige kamer heeft die intrekking gemotiveerd door er op te wijzen dat dit in het belang van verzoekster was, die eerder had laten blijken zeer op te zien tegen verschijning ter zitting. Indien deze telefonische intrekking van dat bevel al zou moeten worden beoordeeld als een onvolkomenheid die de rechtbank zou moeten worden aangerekend, dan kan zij toch geen grond voor toewijzing van het verzoek tot wraking opleveren, nu niet kan worden gezegd dat de beslissing tot intrekking van dat bevel en het telefonisch doorgeven van die intrekking niet anders kan worden verklaard dan door vooringenomenheid van de meervoudige kamer jegens verzoekster.