Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Vrijspraak van feit 3
4.Waardering van het bewijs
4.Het bewijs
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
[persoon 2]– weliswaar door de raadsman weersproken, maar niet onderbouwd weersproken – niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 en 2 bewezen geachte feit, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert de materiële schade bij gebrek aan onderbouwde betwisting op een bedrag van € 59.750,-.
[persoon 2]voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
61 maanden.
aan verdachtevan:
[persoon 2], wonende op het adres [adres 2] toe tot een bedrag van
€ 61.750,-(eenenzestigduizendzevenhonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, 12 september 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[persoon 2], te betalen de som van
€ 61.750,-(eenenzestigduizendzevenhonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, 12 september 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening,behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens anderen is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 334 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.