ECLI:NL:RBAMS:2012:BV1455
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek moratorium wegens gebrek aan kans minnelijk traject bij huurachterstand en slecht huurdersgedrag
De eiser heeft een verzoek ingediend tot toepassing van een moratorium op grond van artikel 287b Faillissementswet, met als doel rust te creëren voor het slagen van een minnelijk schuldregelingstraject. Dit verzoek werd behandeld op 3 januari 2012, waarbij eiser toegelicht heeft dat zijn betalingsproblemen mede voortkomen uit een periode van detentie waarin zijn neef in zijn woning verbleef en de vaste lasten niet betaalde.
De verhuurder, woningstichting Rochdale, voerde gemotiveerd verweer en stelde dat eiser zich los van de huurachterstand als slecht huurder heeft gedragen. Er zijn meerdere huisbezoeken geweest waarbij geconstateerd werd dat de woning door vele personen werd gebruikt en dat er bij politie-invallen drugs werden aangetroffen. Rochdale wenst de huurovereenkomst te beëindigen en weigert elke betalingsregeling.
De rechtbank oordeelt dat het moratorium een zwaar middel is dat schuldeisers van hun recht afhoudt om een ontruimingsvonnis uit te voeren. Daarom moet er vertrouwen zijn in het slagen van een minnelijk akkoord. Gezien de weigering van Rochdale en de omstandigheden acht de rechtbank het onwaarschijnlijk dat een dwangakkoord op grond van artikel 287a Fw zal slagen. Het verzoek tot moratorium wordt daarom afgewezen. Een afzonderlijk vonnis zal volgen over de toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van het moratorium wordt afgewezen wegens gebrek aan vertrouwen in het slagen van een minnelijk traject.